Welkom bij Best of Friends

Trainingsclub voor Retrievers

De zes retrieverrassen » Chesapeake Bay Retriever

Land van herkomst: Verenigde Staten

Korte geschiedenis van het ras:
Hoe dit enige Amerikaanse retrieverras is ontstaan kan men niet met zekerheid zeggen maar het verhaal gaat echter dat een Engelse brik in het jaar 1807 schipbreuk leed voor de kust van Maryland. Onder de leden van de bemanning die gered werden, bevonden zich twee jonge hondjes van een Newfoundlandachtig type. Deze werden door de plaatselijke bevolking grootgebracht en gekruist met lokale honden. Door lijnteelt met hun nageslacht verkreeg men een typevast ras met grote belangstelling voor het water. Kenmerkend voor het ras is dat de lendenpartij even hoog of hoger is dan de schoft. Een andere raseigenschap is de vorm van de voeten die tussen de tenen voorzien zijn van een soort zwemvlies. De hond is een uitstekende apporteur en een robuuste en plezierige Retriever.

Chesapeake Bay Retriever

Rasbeschrijving:
Hoofd: de schedel moet breed zijn met een matige stop, de voorsnuit krachtig.
Ogen: middelmatig groot en wijd uit elkaar geplaatst, amberkleurig of donkergeel.
Oren: klein, hoog aangezet, los neerhangend.
Gebit: schaargebit.
Hals: middelmatig lang en zeer krachtig.
Lichaam: krachtig, ruime borstkas, diep en breed met goed gewelfde ribben. Brede, goed bespierde lendenen.
Ledematen: goed naar achteren geplaatste schouders, rechte voorbenen, veerkrachtige voormiddenvoet, goede botten, goed gehoekte knie- en spronggewrichten. Brede, goed bespierde dijbenen.
Voeten: groot, van het hazevoettype, gesloten en met zwemvliezen tussen de tenen.
Staart: moet middelmatig lang en dik aan de wortel zijn. Hij wordt licht gebogen gedragen, echter niet over de rug.
Vacht: dient typisch voor het ras te zijn. Dik en relatief kort (niet langer dan 4 cm) met dich en wollig onderhaar. De vacht op het hoofd en de benen is kort en glad. Golven mogen alleen voorkomen op schouders, nek, rug en dijbenen. Een gekrulde vacht of een vacht met neiging tot krullen is atypisch. De vacht moet olieachtig en hard aanvoelen. De kwaliteit ervan is bepalend voor de bruikbaarheid van de hond.
Kleur: varierend van donkerbruin tot mat geelbruin.
Schofthoogte: reu 58-66 cm, teef 53-61 cm