Welkom bij Best of Friends

Trainingsclub voor Retrievers

De zes retrieverrassen » Nova Scotia Duck Tolling Retriever

Land van herkomst: Canada

Korte geschiedenis van het ras:
De achtergrond van het ras is voorzichtig gezegd gemengd. Men gaat ervan uit dat de overige retrieverrassen ertoe behoren, evenals de Cocker Spaniel, de Ierse Setter en daarnaast plaatselijke herdershonden met een inslag van kleine keeshonden. Toen men het ras schiep, was de doelstelling om een hond te verkrijgen die op een vos leek, en die op de speciale manier van de vos trekkende zeevogels naar zich toe lokte en de jager de gelegenheid gaf om te schieten. De Toller is de enige hond met deze wijze van jagen. Het paste uitstekend in het kustgebied van Oost-Canada.

Nova Scotia Duck Tolling Retriever

Rasbeschrijving:
Hoofd: wigvormig, met een brede schedel, die licht gerond is en een enigszins uitgesproken achterhoofdsknobbel en vlakke wangen heeft. Licht aangegeven stop. Tamelijk krachtige voorsnuit. Zwarte neusspiegel, of in een kleur die harmonieert met de vachtkleur. Droge lippen.
Ogen: amandelvormig, middelgroot, goed ver uit elkaar geplaatst, barnsteenkleurig of bruin. Vriendelijke en wakkere uitdrukking.
Oren: driehoekig, middelgroot, hoog aangezet en goed naar achteren op de schedel geplaatst, bij de aanzet iets omhoogstaand, maar verder hangend.
Gebit: schaargebit.
Hals: krachtig, gespierd, middelmatig lang, droog.
Lichaam: korte en rechte rug, gelijkmatige bovenbelijning, sterke lendenpartij. Diepe en ruime borstkas, goed gewelfde ribben, licht opgetrokken buiklijn.
Ledematen: goed hoeking van schouders en opperarm, uitgesproken schoft, dicht sluitende ellebogen. Sterke, rechte en evenwijdige voorbenen met krachtige botten. Veerkrachtige voormiddenvoeten. Goed gehoekte, evenwijdige achterbenen, goed van spieren voorzien, laag aangezette sprong.
Voeten: middelgroot en naar voren gericht, voorzien van zwemvliezen, krachtig, goed gesloten met sterke voetzolen.
Staart: aangezet in het verlengde van de ruglijn. Moet tot aan de sprongen reiken. Weelderige en dichte pluim. Wordt in rust onder de ruglijn gedragen, maar in beweging of als de hond oplettend is, hoog boven de rug.
Gangwerk: sterk, veerkrachtig en licht, met grote stuwkracht. Telgang is gebruikelijk.
Vacht: waterafstotende, dubbele vacht met dichte en zachte ondervacht en middelmatig lang en tamelijk zacht dekhaar. Op de rug golvend, maar verder recht. Matige bevedering.
Kleur: verschillende nuances van rood of oranje met gewoonlijk een van de volgende witte aftekeningen op staartpunt, voeten, borst en bles.
Schofthoogte: reu 48-51 cm, teef 45-48 cm.
Gewicht: reu ca. 20-23 kilo, teef ca. 17-20 kilo.