Welkom bij Best of Friends

Trainingsclub voor Retrievers

De zes retrieverrassen » Labrador Retriever

Land van herkomst: Engeland

Korte geschiedenis van het ras:
Er bestaan veel theorieen over de geschiedenis van dit ras. Het is echter bewezen dat er in het begin van de negentiende eeuw honden vanuit Labrador aan de oostkust van Canada naar Engeland werden gebracht. De St. Johns-honden, zoals deze honden werden genoemd, werden gekruist met Engelse staande vogelhonden en na verloop van tijd ontstond een typevast ras. De Labrador Retriever werd in 1903 goedgekeurd door de Engelse Kennel Club. Het ras is ontwikkeld om als apporteur bij de jacht op vogels en klein wild dienst te doen. Hij heeft een grote werklust en is makkelijk af te richten. Daardoor wordt hij ook gebruikt als blindegeleidehond, drughond, schimmelhond en voor andere speciale taken. Het ras is overal ter wereld te vinden en er is veel fokmateriaal.

Labrador Retriever

Rasbeschrijving:
De Labrador Retriever is een sterke, compacte, en beweeglijke hond met een goed humeur. Hij heeft een uitstekend reukvermogen en is een zeer goede apporteur.
Hoofd: vrij breed, met uitgesproken stop. Gematigd lange, krachtige kaken, grote neusspiegel.
Ogen: middelgroot, bruin of nootbruin, vriendelijke uitdrukking.
Oren: ver achteraan op de schedel aangezet, niet bijzonder groot en dicht tegen de wang hangend.
Gebit: schaargebit.
Hals: krachtig, sterk en droog.
Lichaam: brede en diepe borstkas met goed gewelfde ribben, vlakke rug, brede lendenpartij, kort en krachtig.
Ledematen: goed naar achteren liggende, lange schouders, rechte voorbenen met sterke botten. Goed ontwikkelde achterhand. Goede hoeking van knie- en spronggewricht. Evenwijdige benen, lage sprongen.
Voeten :rond, compact, met goed gewelfde tenen en sterke voetzolen.
Staart: kenmerkend voor het ras. Gematigd lang, dik aan de basis, goed behaard, een zgn. otterstaart. Wordt op een lijn met de rug gedragen en nooit boven de rug.
Gangwerk: evenwijdig, vrij en met goede stuwkracht, ruim bodem beslaand.
Vacht: kenmerkend voor het ras. Kort en dicht, niet golvend, vrij hard, met waterafstotende ondervacht.
Kleur: uniform zwart, geel of lever/chocoladekleurig. Geel mag varieren van licht cremekleurig tot voskleurig. Kleine, witte borstvlek is toegestaan.
Schofthoogte: reu 56-57 cm, teef 54-56 cm.